Selecteer een pagina

Uit diverse vragen is gebleken dat er enige onduidelijkheid bestaat over het hoe en waarom van de nieuwe regels rond het vormen van teams in de voorjaarscompetitie 2020.

De achtergrond is dat al heel veel jaren door wedstrijdsecretarissen en verenigingen werd geklaagd over teams met veel te sterke en veel te zwakke spelers, over veel te grote teams en over competitievervalsing.

Zoals een speler afgelopen donderdag tijdens de ALV zei: “Ik speel dit najaar 20 wedstrijden in duo. Hiervan speel ik 8 leuke wedstrijden tegen spelers van ongeveer mijn sterkte en 12 zijn er gewoon niet leuk. Die spelers zijn óf veel te sterk óf veel te zwak om er een leuke wedstrijd van te kunnen maken’.

De nieuwe commissie CCW wilde gehoor geven aan de wensen van de wedstrijdsecretarissen en verenigingen en is gekomen met een aantal regels die tot doel hebben de competitie gebalanceerd te maken, dus meer wedstrijden op het eigen niveau en dus leukere wedstrijden, én om competitievervalsing te voorkomen.

Elke verandering heeft consequenties en dus ook deze heeft consequenties waarbij we beseffen dat die niet voor iedereen uitkomen. Maar als we niet veranderen weten we ook dat het voor veel spelers niet zo leuk is. Dat horen we dus al jaren.

Om tegemoet te komen aan deze wensen heeft de commissie in juni jl. de voorstellen voorgelegd aan het wedstrijdsecretarissen overleg. De wedstrijdsecretarissen waren het er mee eens en hebben de competitieleiders gevraagd het verder uit te werken. Dit heeft geleid tot de regels zoals die in het voorjaar 2020 gaan gelden. Het verslag van het wedstrijdsecretarissenoverleg waarin dit alles is besproken is op de site geplaatst en was/is voor iedereen te lezen.

Om zeker te weten dat iedereen tijdig op de hoogte was van de achtergronden en regels, zijn de wedstrijdsecretarissen op 18 oktober jl. uitgebreid geïnformeerd. Mocht u meer informatie zoeken kan uw wedstrijdsecretaris u dus informeren. Voor de zekerheid is het document dat aan de wedstrijdsecretarissen is gestuurd ook hier te vinden.

In dat document kunt u ook lezen dat als er zich situaties voordoen die als uitzonderingen kunnen worden gezien (dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij kleine verenigingen), de wedstrijdsecretaris altijd een dispensatieverzoek bij de betreffende competitieleider kan indienen.

Wij willen graag toch op een tweetal punten ingaan.

Een argument zou kunnen zijn: ‘Als er een mogelijkheid tot dispensatie is, waarom kan de regeling dan niet ruimer of doe je hem helemaal niet’. De reden daarvoor is dat je met een regel en dispensatie er voor kunt zorgen dat de doelstelling (grotendeels) wordt gehaald en dat als je geen of een veel ruimere regel hebt, je de doelstelling zeker niet haalt omdat dan ook weer allerlei ongewenste situaties ontstaan.

In de uitleg die aan de wedstijdsecretarissen is verstuurd staat een tabel met het verschil in gemiddelde rating tussen de klassen. Die ligt rond de 150 ELO-punten. Dat betekent dat bij een verschil van 300 punten, de spelers qua niveau al 2 klassen uit elkaar liggen (bijvoorbeeld 2e en 4e klasse) en bij een verschil van 400 punten zelfs bijna 3 klassen.

We hopen hiermee meer duidelijkheid te geven over het ontstaan van de nieuwe regels en de communicatie hierover naar de verenigingen.